Skip to content
1878

Sneeuwklokjes

J.P. Hasebroek

II.

Het kogelgefluit.

Hoor! hoor! een kogel fluit! Hoor! hoor! weêr fluit een ander! Snel volgen zij elkander, En - alles wordt hun buit.

Hoor, weêr een kogelknal! Steeds kogels te aller tijde! Vóór, achter, en ter zijde, En doodlijk overal!

't Is of we in 't strijdperk staan. Wie mag de vijand wezen? - Zie hem uit de aard' verrezen! Daar is hij! zie hem aan!

Die Schutter, door wiens schot Er vallen te aller stonde, Zweeft boven ons in 't ronde: Ons wacht hetzelfde lot.

Als ons zijn blik ontmoet, Wij moeten 't leven derven; En hij, hij kan niet sterven: Hij voedt zich met ons bloed.

Die veldslag duurt alreê Van dat de zon, bij 't dagen, Haar gouden zonnewagen Deed stijgen uit de zee.

Hij duurt, van dat natuur Ons 't scheppingslied deed hooren, Zoet als muziek voor de ooren, Kort als een zucht in duur!

Hij duurt, van dat de nood Ons dwong om hier te lijden, Te leven om te strijden, Te worden voor den dood!

(J. Olivier.)

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Sneeuwklokjes · J.P. Hasebroek · Poetry Cove