2.
Ja, schoonst is de bloem, als haar purper en goud
Nog schuilt in het groen van de omzwachtlende bot,
En 't leven het zoetst als de roos van 't Genot
Nog niet uit den knop van de Hoop zich ontvouwt.
Zelfs, wat ons ontga, de gedachte aan die vreugd
Is 't lusthof waaruit ons geen Cherubszwaard drijft:
En geen zwerft er rond over de aarde of hem blijft
't Herdenken aan 't Eden van Onschuld en Jeugd.