Skip to content
1836

Poëzy

J.P. Hasebroek

III.

Zie daar wat ik het mijne noem - en stervend Aan u vermaak. Schoon andren rijkdom dervend Ik offer u al wat my te offren bleef. En wis! wie u zijn schat ten beste geev', Of hoofd en hand u dienstbaar maak, de Zanger Die in zijn lied zijn hart u wijdt, ontfange er Een eerloon voor dat grootscher offer waard. Ach! duur staat ons de gunst die ons weêrvaart!

'k Noem hier geen Hoon, geen schandelijk Miskennen, Geen Nijd, gereed om 's Dichters krans te schennen, Vervolging niet of Vonnis - 'k noem de smart Van wie zijn lot ten wees maakt van zijn hart. 'k Noem hier den strijd en wreede zielsontroering, Met lust gemengd en teedre hartvervoering: 'k Noem 't blaken van die zuivere aethervlam, Die in de borst eens menschen woonstêe nam, Maar die te rein, te hemelsch voor den boezem Eens stervelings, den teedren levensbloesem Verschroeit. De snaar te hoog gestemd breekt. 't Hart Vergaat en zwijmt in nooitverzachtbre smart, Dat hier den toon der gouden Serafsharpen Vermetel naklinkt. Min verwoestend snerpen Orkaan en storm, dan 't aadmen van dien tocht, Die 't bloed vergift als Samums heete locht. Wie niet gestaâg den klank terug wil geven Van galm en maat, door andren aangeheven, Maar zelf zich taal wil scheppen en geluid, Stort in dien klank zijn levensadem uit. Terwijl de mond, die de echo riep in 't leven, Verstomt, blijft zy den vragende andwoord geven. Wel bleef het vuur ons rein en onverdoofd, Dat 's Titans moed den Hemel heeft ontroofd;

Maar ook zijn leed is als die moed onsterflijk. Die heilvlam en die wreede smart zijn erflijk Waar Hemelgeest aan 't stof huwt. Zoo vergaat De hand, die aan den bliksem vingren slaat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Poëzy · J.P. Hasebroek · Poetry Cove