VIII. Hoofddeel.
I. Een schets of naamlyst van de werken der sesdaagse schepping, waar van in de Heilige Schriftuur eigentlyk, of voornamelyk Sinnebeeldig gewaagt word.186-200
II. Hulpmiddelen tot behandeling van de Sinnebeelden.200
Schryvers over de Sinnebeelden.201
III. Berigt nopens dit werk. Wat voor aanleiding wy gehad hebben om dese Proefstukken van heilige Sinnebeelden aan het ligt te brengen.205
Bysonder berigt nopens het Sinnebeeld van den Arend. Over Jes. xl. 31.207
Van de Duiven en Tortelduiven; over Psal. lxxiv. 19.208
Van de Roose, Lelie en Appelboom over; Hoogl. ii. 1-3.209
Van de Palmboom en Cederboom; over Psal. xcii. 13.
Van de Sonne. Mal. iv. 2.
Van het Peerd. Zach. x. 3.
De Schapen en een Schaapherder. Zach. xxxiv. 31. en Jes. xl. 11.
Het Hart. Ps. xlii 2, 3.
De Miere. Spr. vi. 6-8.
Algemeen berigt, hoe dese plaatsen van ons behandeld syn.
Ons beleid in het behandelen der Sinnebeelden.
De practicale toepassingen.
Besluit van dit berigt en verschooning.211