Skip to content
1700

Proef-stukken van heilige sinne-beelden. Deel 1

Johannes Outrein

De vierde dag.

De vierde dag.De vierde tydreex der Kerke vanVierde dag. Christus tot de opkomst van den Antichrist. I. Op desen dag maakte God de SONNE, dat groote ligt tot heerschappye des daags, om met zyn glans de aarde te verligten en te verwarmen.De Sonne verbeeld Christus, de Sonne der Geregtigheid; dat groote ligt, dat in de weereld komende, de menschen verligt heeft. De Vader der ligten, by wien geen verandering nog schaduwe van omkeering is.[Zie het Sinnebeeld van de Sonne, op Christus overgebragt, in ons volgende werk over Mal. iv. 2.]

X. Hoofddeel.Eersteschepping.Tweede schepping. Vierde dag.§. De MAAN is ook op desen dag geschapen.Een Sinnebeeld van de Kerke des Nieuwen Testaments die in dese Periode des tyds ook is geformeerd geworden. A. De Maan krygt al haar ligt van de Son.A. De Kerk trekt alle haare schoonheid, heiligheid, deugd en heerlykheid van Christus. B. de Maan behouwd vlekken, en selfs sommige die vry groot zyn in haar ontleende ligt.B. De Kerk heeft groot en tastelyke gebreken in hare deugden. C. De Maan heeft geen vast nog bestendig ligt, zy veranderd t'elkens en word dan eens meer en dan eens min verligt.C. De Kerk blyft niet altoos in deselve staat, altyd klimtse op of daalt af, zy verliest haar ligt; sy ontfangt weder nieuw ligt; zy word bedorven, en dan weder gezuiverd en heeft hare Perioden en tydorders, by na soo geset, als die van de Maan zyn. D. De Maan is ook verduisteringen onderworpen, somtyds ten deele somtyds in het geheel.D. De Kerke (behalven de gewoone verminderingen) komen dikwyls merkweerdige verduisteringen over, en sy raakt uit het gesigt, dan eens meer, dan min, door het doorbreken van dwalingen of verderf in de zeden. E. De verduisteringen komen niet by gebrek van de Son, maar by mangel van de Maan, die sig agter de schaduwe der aarde verschuilt, en sig de Sonne onttrekt.E. De verduisteringen der Kerke, komen haar over door dien sy tot de dwaling en sonde vervalt, 't welk de schaduwe, de voortbrenging van de aarde en van de helle is. Het zyn uwe sonden, die een scheidinge maken tusschen u en uwen God. Jes. 59. F. Wanneer de Maan verduistert, word se swart, rood en haar aanschyn is vervaarlyk.F. Wanneer sig de Kerk het gesigt van hare Sonne laat onttrekken, word se leelyk en afschouwelyk door hare sonden en ongeregeltheden. Maar, sal iemand seggen: Waarom komt de Kerk eerst in dese vierde Periode te voorschyn? is sy niet al geweest van het begin der weereld af?Antw: De Kerk is ook al geweest in de drie voorgaande Perioden. Dogh op de eerste en tweede dag is sy geweest als een aarde met water bedekt. De Kerke was verwerd en vermengd met

Eersteschepping.Tweede schepping.X. Hoofddeel. de volkeren der wereld, en selfs was sy'erVierde dag. van bedekt en onder deselve bedolven. Op den derden dag vertoont se sig als een ontdekte en sigtbare aarde: maar 't is egter niet dan een aarde, die gewassen en vrugten voortbrengt.In onse vierde Periode is se van de hoedanigheid van aarde, tot de weerdigheid van een sterre of hemelligt verheven; zy word een Maan, een schynend licchaam, 't welk van verre gesien word en haare straalen door de geheele weereld verspreid.

§. III. Op den vierden dag zyn ook gemaakt de STERREN. Welke van verscheide grootte zyn van de eerste grootte tot de sesde toe.In de vierde Periode vinden we ook een menigte van Leeraaren, welke blinkende sterren syn, dogh sy klimmen geduurig af. A. Sterren van de eerste groote.A. De Apostolen. B. Van de tweede groote.B. De Apostolische Mannen in de eerste eeuw. C. Van de derde grootteC. Hunne navolgers in de tweede eeuw. D. Van de vierde.D. De Leeraars van de derde eeuwe. E. Van de vyfde.E. De Leeraars van de vierde eeuwe. F. Die van de sesde grootte zyn vele in getal, maar minder van ligt.F. In de vyfde eeuwe vindmen wel vele Leeraaren, en meer sterren, maar niet anders dan van de sesde grootte, hun ligt begint te verduisteren door de vermenging van bygeloof en dwalingen. G. Daar zyn ook bewolkte sterren, die nog minder ligt vertoonen, die men nebulosae noemt; en die men nauwelyx sien en onderscheiden kan.G. Na hen in de volgende eeuwen ziet men niet dan bewolkte sterren, getuigen met sakken bekleed, Christenen, die onder de menigte der dwalende en afgodendienaars verborgen zyn.In dese Periode is ook nog aan te merken een ander soort van sterren: Belyders en martelaren, die als sterren van de eerste grootte schitteren: geloovige van een gemeen slag, welke maar sterren syn van de selfde grootte; dogh die niet te min sterren zyn.

X. Hoofddeel.Eersteschepping.Tweede schepping. Vierde dag.§. Op desen dag zyn ook de Planeten of dwaalsterren geschapenIn dese vierde Periode worden ook dwaalsterren gevonden, afvallige, Judassen, Hymeneën, Phileten, die ten aansien van hun geloove schipbreuk lyden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.