De sevenden dag.
I. De Ruste Gods. Waar door God I. Gerust heeft van de wer-I. De Joodsche Sabbath, waar door God heeft te kennen gegeven,
Ouwde Testamant.Nieuwe Testament.XI. Hoofddeel. V. De Profetien nopens het gezegende Ryk van Jesus.V. De Profetien nopens het heerlyke Koningryk der Kerk. VI. Aan Christus word toegelegd de erfenis der weereld.VI. De Koningryken der aarde vallen de Kerk toe. Jes. lx. VII. In Christus is het openbaar geworden dat de voorgaande Huishouwdigen Gods in zyn Kerk, de Wet der geboden in insettingen, de voorbeelden enz. seer goed waren.VII. Als in den laatsten tyd de kennis meer en meer sal vermenigvuldigd worden, sal het ook meer en meer blykbaar worden, dat alle Gods werken seer goed zyn. VIII. Christus, opgaande als de Sonne, sonder wolken, vernedert, veragt. Syne Discipulen gering en van den laagsten staat.Nog gedrukt door het jok der Wet en onderdrukt van de Oversten der Joden.VIII. Eenige hindernissen, die 'er wesen sullen, schynen den voortgang van het heerlyk ryk te stremmen.Misschien die donderslagen en blixemen, waar van Openb. xi. IX. In de prediking van Christus, syne wonderwerken, en het getuigenis syner Discipulen nopens het aannaderen van het Koningryk der Hemelen.IX. In eenig teeken, dat voor af sal gaan, waar uit blyken sal dat haast voor de deur is de heerlyke staat der Kerke in haar volkomen luister. Jes. xi. 10. De Joden wederstaan Christus, maar worden beschaamd gemaakt door de plagen van Judaea, die al begonnen van de tyden Christi, en verswaard wierden ten tyde van den ondergang van Jerusalem, op dat de Kerk souwde mogen Judaea verlaten en de Heidenen gaan beërven.De Paus en syne Geestelykheid streeven 'er tegen, maar worden beschaamd gemaakt door de plagen over het Beest, waar van het uitterste is den val van Babylon. Openb. xvi.
Cookies on Poetry Cove