De tweede dag.Tweede dag.
§. XLIII. vers 6. Ende God seide: Daar sy een uitspansel in het midden der wateren, enz.Hier ontrent staat aan te merken I. Wat het uitspansel zy. II. Desselfs gebruik. III. De schepping, en IV. De benaming.
§. XLIV. 1. Het uitspansel is die groote tusschen wydte, welke sig uitstrekt van de oppervlakte der aarde en der wateren naa boven toe tot in het onbepaalde, ofte tot aan de eindpalen van 't geheele AL, indien'er die aan konden begrepen worden. In welks benedenste deel, dat de lugt genoemd word, de wolken; en in het bovenste deel de planeten en vaste Sterren zyn.Dit is een Sinnebeeld van de Heere Christus, die een Middelaar is tusschen God en de Menschen. Want het gene het Uitspansel is in dese weereld, dat is Christus in de geestelyke weereld.
§. XLV. a. Het uitspansel is midden tusschen de plaatse van Gods Majesteit en de aarde.b. Het raakt met syn eene uiterste aan de aarde, en met syn ander aan den oppersten Hemel.c. Dit uitspansel is overal, waar men is.d. Sonder het uitspansel kan niets leven nog voortgebragt worden op aarde.a. Christus is midden tusschen God en de menschen.b. Christus raakt met syne eene natuur aan de menschen, en met syne andere aan God.c. Christus is een Middelaar over de gantsche aarde; en is overal by ons.d. Sonder Christus is'er geen geestelyk leven nog vrugtbaarheid.
IX. Hoofddeel.Eersteschepping.Tweede schepping. Tweede dag.e. Het uitspansel omringt de aarde overal, en brengt deselve alle warmte, bevogtiging, enz. toe.e. In Christus leven, bewegen wy ons en zyn wy. Hy verwarmt, besproeid en bevogtigd de syne door syne genade en Geest. f. Al wat van de aarde naa boven sig verheft, moet door het uitspansel henen, als dampen, uitwasemingen, rook, reukwerk, enz.f. Al wat van ons Gode word opgedragen van gebeden, dankseggingen, enz. moet door Christus opgaan naa den Hemel en Gode aangenaam zyn. g. Al wat ook van den Hemel op de aarde nederdaalt, moet door het uitspansel.g. Alle goede gave en volmaakte gifte, nederdaalende van den Vader der ligten, daalt neder door Christus.
§. XLVI. 2. De schepping van het uitspansel.God maakte het uitspansel door syn woord.Christus is tot Middelaar gemaakt en aangesteld van den Vader, door dien, op 's Vaders bevel, het WOORD is VLEESCH geworden.
§. XLIX. 3. Het uitspansel diende om scheiding te maken tusschen de benedenste en bovenste wateren.De benedenste wateren zyn een Sinnebeeld van onse sonden en verdorvene begeerlykheden. Die wierden onmiddelyk gedrukt door de bovenste wateren, den toorn en vloek van God. Dogh Christus, als Middelaar, is hier tusschen beide gekomen, heeft ons ontheft van den vloek en toorn Gods, welke Hy gedragen heeft, en Hy heeft den toorn des Heeren soo verre afgedaan van onse sonden, als de Hemel is van de aarde. Psal. ciii. 12.
§. L. Door middel van dit uitspansel is het, dat de bovenste wateren hangen boven de aarde; sonder oit geheel plotselyk de aarde te overstroomen (behalven eens in de sondvloed): Sy doen maar dauw en regen tot voordeel van de aarde nederdalen: somtyds egter ook sware slagregenen.Door tusschen-komen van Christus is het dat Gods straffende geregtigheid wel blyft uitgestrekt over de aarde; dogh egter niet plotselyk het gantsche menschelyk geslagt verdelgen sal. In tegendeel Gods geregtigheid, door Christus voldaan zynde, is oorsaak dat de regen en dauw van geest, genade en troost voor de geloovige nederdalen. Hoewel somtyds ook wel schrikkelyke oordeelen, soo over Gods volk, als over de godloose.
Eersteschepping.Tweede schepping.IX. Hoofddeel. §. LV. 4. God noemde het uitspansel Hemel. Beteikenende, dat daar de wateren zyn [Hoewel men het woord שמים beter kan afleiden van hoog of verheven zyn]God heeft ook aan Christus een naamTweede dag. gegeven: namelyk Jesus Welke ons in gedagten brengt, dat Christus de straffe, vloek en toorn Gods van de aarde heeft weggenomen.
§. LVII. Ende het was AVOND geweest ende het was MORGEN geweest de TWEEDE dag.Op de saligmakende verligting van den sondaar (verbeeld door het ligt, dat op den eersten dag geschapen is) volgt onmiddelyk als een tweede weldaad, de regtveerdigmaking, dat is, de bevryding van de drukkende wateren van Gods toorn, door tusschenkomen van Christus den Middelaar.
Cookies on Poetry Cove