Skip to content
1700

Proef-stukken van heilige sinne-beelden. Deel 1

Johannes Outrein

IX. Hoofddeel.De vyfde dag.

Vyfde dag. Eersteschepping.Tweede schepping. §. LXXXVII. Ende God seide dat de wateren overvloedelyk voortbrengen een gewemel van levendige zielen: ende het gevogelte vliege boven de aarde, en het uitspansel des hemels. vers: 20.Na het scheppen van de Geestelyke Ligten moest den Godsdienst een nieuwe gedaante verkrygen. En dit is verbeeld door de schepping van de visschen en vogelen op den vyfden dag.Voor de komste van Christus was de Godsdienst aan sekere plaatsen verbonden, als, den Tabernakel of tempel. Even gelyk de planten, die alleen op eene plaats blyven staan en groejen, sonder sig te bewegen naa andere plaatsen. Maar na Christus komste is de Godsdienst, even als de vissen en vogelen; die aan een plaats sig niet verbinden, maar over al henen sig beweegen. Job: 4: 21.Ook had te voren de Godsdienst veele cerimonien, gelyk de planten bladen of bloemen hebben; die meer tot cieraad, dan nuttigheid waren, en die verdwynen moesten. Zie Jes: 40: 6-8. Alle vleesch is gras, ende alle syne goedertierenheid als een bloeme des velds. Het gras verdort, de bloeme valt af, als de Geest des Heeren daar in blaest: voorwaar het volk is gras. Het gras verdort, de bloeme valt af: maar het woord onses Gods bestaat in der eeuwigheid.Maar dus is het niet na de komste Christus: dies word de Godsdienst na dien tyd, beter vergeleken by de vissen of vogelen, aan welke niets gevonden word, dan het gene noodsakelyk en nuttig is.

§. LXXXVIII. Te voren had God de aarde maar doen voortbrengen levende schepselen, met een groejend leven begaafd; maar nu de vogelen en vissen; die een volmaakter beginsel van le-De Godsdienst, waar door God eertyds wilde gediend syn, had wel ook in sig saaden des geestelyken levens: maar sulx verscheelde van den Godsdienst des Nieuwen Testaments als het groejend leven der planten verscheeld van het

Eersteschepping.Tweede schepping.IX. Hoofddeel. §. LXXXIX. God segt niet: dat de vissen en vogelen voortgebragt WORDEN: maar: dat DE WATEREN overvloedelyk VOORTBRENGEN een gewemel van levendige zielen. In de 3 eerste dagen waren de wateren de aarde tot nadeel, en een oorsaak van haare ongestalte. Dog nu, in order gebragt synde, worden se soodanig niet meer aangemerkt: maar als een tweede deel van de aardkloot.De aardkloot, dan in die betrekkinge (als uit het drooge en water bestaande) aangemerkt synde, kan men door het water verstaan het herte des menschen, of den inwendigen mensch; maar door het drooge, den uitwendigen mensch. Want al wat op het drooge is of sig beweegt, word uitterlyk gesien; maar het gene in de wateren is, word niet uitterlyk gesien. God beval dat de wateren binnen haer selfs vissen voortbrengen souwden.God wil ook dat de geloovige inwendig, in haar herten, goede gedagten, begeerten, overleggingen voortbrengen, die in de ziele blyven en niet gesien worden. De vissen worden in de wateren snel bewogen, naa boven, naa beneden, na die en dese kant.De gedagten, begeerten, en neigingen wenden sig met een sonderlinge snelheid en vryheid, dan na boven, dan na beneden, dan naa dese en gene voorwerpen. De vissen, schoon binnen de wateren blyvende, sien egter waar sy sig bewegen, terwyl se met oogen voorsien syn, en het ligt selfs in de wateren schynt.De inwendige daaden der geloovige syn niet blind, nog onbedagtsaam; maar hebben haar inwendig ligt en gesigt door den Heiligen Geest, die het binnenste van het herte verligt, en doorschynt. Want het woord Gods is levendig en kragtig, en scherpsnydender dan eenig tweesnydende sweerd, en gaat door tot de verdeelinge der ziele en des geests, en der t'samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeeler der gedagten en der overlegginge des herten. Heb. iv. 12.

§. XC. Ook syn op den vyfden dag de vogelen geschapen.Gelyk de vissen verbeelde de inwendige werkingen der ziele, soo de vogelen de uitterlyke daaden, die als boven de aarde sig vertoonen en verheffen.

IX. Hoofddeel.Eersteschepping.Tweede schepping. Vyfde dag. God heeft de vissen en vogelen te gelyk geschapen.God gebied en werkt te gelyk de inwendige werksaamheid der zielen en de uitterlyke werksaamheid des lighaams in het goede. Eerst worden de visschen genoemd, en daar de vogelen.God wil eerst dat onse ziele vervuld zy met goede en heilige werksaamheden; daar na dat ook het lighaam door uitterlyke daaden sig werksaam vertoone.

§. XCI. Daar syn veel meer en grooter visschen dan vogelen.De inwendige werkingen des gemoeds zyn menigvuldiger en grooter, dan de uitwendige daaden des lighaams, met deselve overeen stemmende. De visschen zyn stom, maar de vogelen geven geluid.De inwendige daaden der ziele worden niet gehoord; maar wel de uitterlyke daaden, wanneer uit onsen mond hemelwaarts door Christum sig verheffen onse Gebeden, smeekingen, belydenissen, dankseggingen, Psalmen, Lofsangen.

§. XCII. XCIII.§. XCIV. God keurde de geschapene visschen en vogelen voor Goed. Hy sag dat het Goed was.God keurt niet goed de innerlyke daaden alleen, nog ook alleen de uitterlyke, maar die beide te samen. Scheid men de innerlyke van de uitterlyke, soo is het geveinstheid; scheid men de uitterlyke van de innerlyke, dat behaagt Gode ook niet. Zie Rom. ii. 28, 29.

§. XCV. Ende God segende se; en seide: Zyt vrugtbaar en vervuldigt &c.God keurd niet alleen voor goed de innerlyke en uitterlyke daaden des Geloofs ende der liefde; maar agtervolgt se ook met zynen Zegen. Soo dat die innerlyke en uitterlyke goede daaden het vermogen krygen om sig te vermenigvuldigen, en de mensch allenskens meer bequaamheid verkrygt om goede daden, innerlyke en uitterlyke, te konnen oefenen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.