XI. Hoofddeel.Waar in eenige schetsen van het voorbeeldige der Scheppinge worden voortgesteld, volgens de bevatting der gener, die het tegenbeeld der sevendaagse schepping meer als eens vinden in de wegen Gods.
Overgang tot de gedagten der gener, die meer als eens een overeenkomst van de wegen Gods met syne Kerk, met de seven dagen der Scheppinge vinden.
I. Die deselve drie malen stellen.262
A. Een opstel van N. Lydius.264
B. Van een ander geleerd Schryver.276
II. Die deselve tweemalen vinden.286
A. Een opstal van A Junius.
B. Van een ander Schryver.290
Ons oordeel over dese ontwerpen. En wat, of hoeverre wy in desen iets vaststellen.292