De vierde dag.XI. Hoofddeel.
Onder de Wet.Nieuwe Testament. I. In Samuel, en Saul in't begin syner regeering.I. In de herstelling van Athanasius, in Jovinianus de staatvolger van Juliaan. II. Christus (die ook David word genoemd) verligt het land Canaan door David en syne vrome Staatvolgers, als mede door den Grooten Raad en verscheide Profeten. Want Davids Ryk is een voorbeeld geweest van het Ryke Christi: daarom word Christus gesegd te sitten op Davids throon. Ook is de Heerschappye van de Vorsten des Grooten Raads een voorbeeld geweest van de heerschappy van Christus, want daarom worden sy Goden en Heerschers genoemd, en soo word Christus ook gesegd de Heerschappye op syne schouwderen te hebben. En alle de Koningen, Priesters en Profeten, syn voorbeelden Christi geweest, en worden uit dien hoofde genoemd syne medgesellen of medegenooten. Ps. xlv.II. Christus verdedigt syne Godheid tegens de Arianen; en maakt dat naderhand de plaats der selver in de Kerk niet is gevonden.(Dit is geschied door de kragt van bewysredenen en het gesag van de Christen Vorsten) III. David enz. Zyn geweest tot verligting, koestering en regeering der Kerk, die by dage en in het ligt wandeld.III. Tot verligting, koestering en regeering der Kerk, die in het ligt wandelt. IV. De Godvrugtige Koningen, Ouwdsten en Vorsten van het Sanhedrin, uitvoerders van Gods Geboden in het Ryk van Juda en Israël.IV. De vrome Christen-Keysers en Vorsten, uitvoerders van Christi Geboden, en syne verdedigers tegen de Tyrannie van den Paus en synen aanhang.
XI. Hoofddeel.De schepping.Voor de Wet. konnen dragen,; of dat de menschen van die tyd hem in het bouwen van soodanigen geveerte niet souwden gehindert hebben. Immers dat'er een politike regeering geweest is onder de Sethiten (behalven dat die natuurlyk is) kan men eenigsins afnemen uit Gen. iv. 5. En vers.viii. 11Daar is een Arabische overlevering (zie Elmacin. by Heideg.) welke segt van Methusalem, dat hy seer loflyk syn volk geregeerd heeft. ידד / De Vader van Enoch, van דדה / beteikent een Regeerder. V. De maan geschapen tot heerschappye des nagts.V. De gemelde Regeerders syn geweest tot verligting, vertroosting, en regeering van de weereld die de gedaante van een nagt heeft. VI. De sterren.VI. De waare Predikers des ligts als Noach, en soo 'er nog andere mogten geweest zyn, of onmiddelyk van God, of door middel van Noach verligt zynde. VII. Een valsche Sonne, nimmer van God geschapen, welks eigenschap is te steken, branden enz.VII. Die buiten Gods woord sig in de Kerk hebben aangematigd, dat Christus alleen toekomt, die zyn door Christus niet geroepen.Sodanige waren de Reusen, Lamech, en syns gelyke. VIII. De valsche Maane die haar ligt ontleend van de valsche Sonne.VIII. De Godloose polityke Regenten.De Reusen, Lamech en syne kinderen en diergelyke; die de politie geregeert hebben volgens den valschen Godsdienst, dien sy selfs hadden ingesteld. IX. Valsche sterren, alleen in schyn; waar toe ook de Plane-IX. De valsche Profeten en Leeraars, die de prediking van Noach
Onder de Wet.Nieuwe Testament.XI. Hoofddeel. V. Dese zyn geweest tot verligting, vertroosting en regeering van de weereld, die als de gedaante van een nagt heeft.V. Tot ligt, troost, en regeering van de weereld, die de gedaante van een nagt heeft. VI. De waare Profeeten, Leeraars, Priesters.VI. De Regtsinnige Leeraars en Herders in de Christenkerk, die in die tyden hun ligt gegeven hebben. VII. Die sig over Israël hebben willen aanmatigen het gene Christus alleen toekomt, syn niet uit God geweest.VII. Die sig over de Christenkerk hebben willen aanmatigen het gene Christus alleen toekomt, syn niet uit God geweest. Soodanige waren de Godloose Koningen en Vorsten, ook de Godloose Jesabel, en Athalia. 2 Chron. 22. de Priesters en valsche Propheten, die door hun gesag de afgodery invoerden en de ware Godsdienst bestreedden.Het Beeld des Beestes; de Hoere Jesabel enz. Openb. vi. xiii. xvii. VIII. De Godloose Koningen en Vorsten in de politie, als Achab en andere die den kalverdienst geboodden, luisterden naar de valsche Profeten en Leeraaren, en hunne woorden ontfingen.VIII. De Koningen, hoererende met de hoere van Babel. IX. Soodanige waren 'er vele onder het Oude Testament.IX. Soodanige waren de Roomse geestelyke ofte de valsche Profeet.
XI. Hoofddeel.Schepping.Voor de Wet. ten moeten gebragt worden, Judae. 6. 13.wederstaan hebben; en het tegendeel geleeraard. Judae. 6. 16. X. Het gebruik van de waaragtige ligten, om onderscheid te maken tusschen dag en nagt, tusschen ligt en duisternis.X. In het gemeen.Tot onderscheiding van de goede van de quade, de waarheid van de valscheid.In 't bysonder.Tot onderscheiding van de tyd der belofte, van den tyd des Euangeliums of der vervulling.Als ook van den tyd der verdraagsaamheid van den tyd der naderende sondvloed. XI. Het gebruik, soo van de ware, als valsche ligten, datse zyn tot teekenen, gesette tyden, dagen en jaren.XI. Verdeelende en vervullende de teekenen der tyden in grootere en kleindere.Soo sou Noach 120 jaar prediken tot de bestemde tyd van de Sondvloed. Gen. vi. Methusalah, is soo genoemt, om dat na syn dood de sondvloed wesen souw, welke ook maar 22 jaren na sijn overlyden geschied is.Syn Soon wierd genomd למך / als of men seide, למכה / die leven souwde tot aan de plage: want 5-jaren na syn dood, is de sondvloed gekomen. XII. Om te ligten op de aarde.XII. Soo dat sy alsoo door Gods bestieringe in diervoegen bewogen worden, dat sy vast (selfs anders denkende) de Profetien vervulden.By voorbeeld de Reusen selfs. XIII. De Nagt.XIII. In de uitterste boosheid. XIV. De Dageraad.XIV. In de 120 jaren van Noachs prediking en het bouwen van de Arke.
Oude Testament.Nieuwe Testament.XI. Hoofddeel. X. In het gemeen.X. in het gemeen. Tot onderscheiding van de goede en de waarheid, van de quade en de valscheid.Tot onderscheiding enz. In't bysonderIn 't bysonder. Tot onderscheiding van den tyd der schaduwen van den tyd des ligts, moest het jok onder het Ouwde Testament worden aangedrongen.Tot onderscheiding van den tyd des ligts ofte des Euangeliums van den tyd der schaduwen. Want in dese tyd is 'er geen plaats voor het Jok nog voor den Tugtmeester. XI. Vervullende de teekenen der tyden in grootere en kleindere.XI. Vervullende de teekenen der tyden in grootere en kleindere Zie Jer. xxv. 12. verg.Zie Jes. v. Dan ix. 2.Dan. vii. Deut. xxx.xi. 36-45. XII. Op dat sy alsoo door Gods bestieringe in diervoegen bewogen worden, dat sy (selfs sulx niet denkende) de Profetien vervullen.XII Op dat sy alsoo &c. By voorbeeld de valsche Profeten, Vorsten, Priesters die Baal dienden.By voorbeeld de Koningen, Keysers, Paus &c. XIII. In de Afgodery en het verderf van Juda en Israël.XIII. De afgoderye en het verderf der Roomse Kerk al van de tyden van Gregorius M. de Beeldendienst enz. XIV. In de Historie der 120 jaren van de wegvoering der X. Stammen tot de Babylonische gevankenis in Hiskia, Josia, als her-XIV. In het Synode van Francfort: Ao 794. van Parys Ao 825. en vele getuigen der waarheid; in de stemme van vele wateren. Openb.
XI. Hoofddeel.Schepping.Voor de Wet.
Cookies on Poetry Cove