I. Hoofddeel.Waarin, ter gelegenheid van het 24ste vers van den CIVden Psalm, de inhouwd en oogmerk van dien gantschen Psalm word opengelegd.
DE woorden van den Psalmist vers 24.pag. 1
De CIV. Psalm, in syn geheel, wat nader overwogen. 2
De Digter van desen Psalm, waarschynelyk David.
Immers hy is van Godlyke ingeving.3
Opschrift van de Syrische Oversetter
Van de Grieksche Oversetters.
Algemeen Inhouwd uit een Ouwd Griex Schryver.
Uit Theod. Beza.5
Uit S. Amama, die segt, dat dese Psalm alleen van een Philosophischen inhouwd is, 't welk wedersproken word.
Of dese Psalm ook niet Sinnebeeldig moet worden opgevat.6
De Midrasch Tillim aangetogen.
Als ook Hezychius, Hieronymus, Augustinus.7
Aanleiding tot het dichten van dit lied.
Oogmerk van het selve.
Digtkundig beleid.9
Ontleedende uitbreiding van den gantschen Psalm.9-15
De CIV. Psalm op den trant van Datheen nagevolgt.15-21