Skip to content
1770

Dicht- en zedekundige zinnebeelden en bespiegelingen

Johan Pieter Broeckhoff

Klinkdicht. Wat kunstgeluid klinkt ons zo aangenaam in de ooren? Van waar? wiens is het? welk een Hemelmelody? Zyt gy 't, myn Broeckhoff die, in keur van Poësy, Ons van den zilvren Rhyn, uw maatgezang doet hooren?

o Ja! de Dichtkunst kon voorlang uw' geest bekooren, En, daar ge ons thans onthaalt op zulk een lekkerny, Ontdekt ge, schoon vervreemd van 't kunstenkweekend Y; Dat Neerlands Dichtgeest ook uw Zanglust aan kon spooren.

Hoe maalt ge ons 't schoon der Deugd met juistgepaste verwen, 't Verslagen hart kan troost door zulk een taal verwerven, Daar de Ondeugd voor den glans der zuivre waarheid zwigt.

Vaar voort, doe Kennren meer van uwen lof gewaagen! Leef aan den Rhyn vernoegd, tot ge eens van 't aardsche ontslaagen, Volmaakter zingen zult, by God, in 't zalig licht. FR. IS. SCHREUDER.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.