Skip to content
1869

Verspreide en nagelaten gedichten

Johan Michael Dautzenberg

Referein der bejaarde lieden.

Nu de jongens hunne meiden Tot den wals en dans verleiden,

En zich wentelen los en vlot, Blijven wij bedaard gescheiden, En al drinkend hen verbeiden Bij der kanne, bij den pot.

II.

In des dorpes kringen Mag men lachen, springen, Mallen laat en vroeg; Tot wij ons met zingen Aan den arm ontwringen Van des dorpes kroeg; Liefde vrij en open Komt allengs geslopen In de danserschaar, Komt de jonkheid nopen, Zachtsten band te knoopen Om een bloeiend paar.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Verspreide en nagelaten gedichten · Johan Michael Dautzenberg · Poetry Cove