Referein der bejaarde lieden.
Nu de jongens hunne meiden
Tot den wals en dans verleiden,
En zich wentelen los en vlot,
Blijven wij bedaard gescheiden,
En al drinkend hen verbeiden
Bij der kanne, bij den pot.
II.
In des dorpes kringen
Mag men lachen, springen,
Mallen laat en vroeg;
Tot wij ons met zingen
Aan den arm ontwringen
Van des dorpes kroeg;
Liefde vrij en open
Komt allengs geslopen
In de danserschaar,
Komt de jonkheid nopen,
Zachtsten band te knoopen
Om een bloeiend paar.