II.
Het oude lied
Koekoek-koekoek-eenen-zang
Roept de jeugd ten minnegang.
Ziet, zij ijlt ten groenen bosch,
Strekt zich uit op gras en mos,
Zucht en zingt het oude lied,
Vol geneugte, vol verdriet:
Ik minne, minne, min!
Roekedekoe, een andre zang,
Brengt de jeugd op hol en gang,
Dat zij wortelt zonder schroom,
Waar wat tortelt in den boom,
Dat zij zucht het oude lied,
Vol geneugte, vol verdriet:
Ik minne, minne, min!