V.
De koekoek onder nachtegalen.
Hij telt zijn goud bij tonnetjens
En leeft in Abrams schoot;
Hij houdt zich een paar nonnetjens
En kent geen leed of nood;
Hem blinden geene geestesstralen,
Toch zingt hij luid als twee
In kunstenkringen mee -
Een koekoek order nachtegalen!
Hij is wel geen verkwisterken,
Hij koopt geen boek of print,
Doch toont hij als ministerken
Een heerlik streepjen lint.
Nu noodt hij soms in zijne zalen
Een keurig zangerkoor -
Toch kwetst hij aller oor,
Die koekoek order nachtegalen!