Skip to content
1869

Verspreide en nagelaten gedichten

Johan Michael Dautzenberg

VII.

De winterwind, die 't woud doorfloot, Kever en vlinder verstrooide, Heeft olm en eik en beuk ontbloot Van alles wat hen tooide.

Palmyra's zuilenrijen in puin - Getuigen verledener weelde - Verheffen niet minder droef de kruin, Dan 't woud, dat eens mij streelde.

Palmyra's gruis bedelft gewis Schatten van maren en sagen, En 't woud? zoo menig geheimenis Van liefde- en lentedagen!

Nu sneeuwt de winter op mijn hoofd, Als op de kruinen der boomen, Hij heeft den gloed der jeugd mij geroofd En mijne jeugdige droomen.

Een blaadjen kon, een keurig lied, Eens mijnen Mei verfraaien, Zal de eerste winter mij nu niet Met blad en lied verwaaien?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.