II.
Krekelmanneken trilt:
De liefde heeft mij het trommelvlies
Gespannen al te zeer:
Nu is 't mij moeilijk kuisch en kiesch
Te denken aan mijne eer.
Ik heb, zoolang de winter blies,
Gedacht aan les en leer -
De zomer schiet met speer en spies,
Ik kan 't niet langer meer.
Ik volg den gloed der driften dies,
En sjirpe luid en teer,
Tot ik het minnevuur verlies
En weer ter aarde keer.