Skip to content
1869

Verspreide en nagelaten gedichten

Johan Michael Dautzenberg

VI.

Ik hoor niet meer den koekoek roepen

Ik liep als kind langs heg en bosch Om 't vogelkoor te hooren fluiten, En bleef om nesten van wol en mos Vaak heele dagen buiten. Het is heilgenucht Voor jonge troepen In der lentelucht Den koekoek te hooren ‘koekoek’ roepen!

Sinds is zoo menige lente en mei Met zang en klank voorbijgetogen, Ook is de gansche jeugdige rei Naar alle winden uitgevlogen. Ik herinner mij Ons beziesnoepen, Denk droef er bij: ‘'k hoor dra niet meer den koekoek roepen

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.