Skip to content
1869

Verspreide en nagelaten gedichten

Johan Michael Dautzenberg

IV.

De storm is bedaard, de wind is in rust, Dank den verzachtenden regen; Weer wordt er gevrijd, weer wordt er gekust, En 't beste blijft verzwegen.

Aan elken tak, waar een paarken op zit, Hangt perelend vocht bij voedsel; De vinkenbijter steekt aan 't spit Keverkens veur 't gebroedsel.

De zonne stort weer stroomen van goud Op welvende beukenkronen. En schijnt te ritslen op 't lagere woud, Waar nachtegalen wonen.

Elk plekjen, waar heur goud op valt. Verheerlikt een liefdetafreeltjen, De schittrende vlinder speelt er en malt En schetst er zijn telingstooneeltjen.

De storm is bedaard, de wind is in rust, Dank den verzachtenden regen; Weer wordt er gevrijd, weer wordt er gekust, En 't beste dient verzwegen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.