Skip to content
1869

Verspreide en nagelaten gedichten

Johan Michael Dautzenberg

V.

Geslachtloos is de honigbij En ook het vlijtige mierken; Doch hij, die huist in monnikspij, Is als elk ander dierken.

De bij en mier met den monnik te gaar, Twee vreemde, nijdige krachten: De Rapheid, de Slapheid, wonderlik paar In 's wandelaars woudgedachten!

De Schepper wilde den man niet alleen, En evenmin de nonne: Hij wilde maar paarkens hier beneen In zijner liefdezonne.

Ik heb gedaan, wat den Heere beviel, En koos me bij tijds mijn vrouwken, Wij minnen elkander met lijf en ziel, Blij rekkend des levens touwken. -

Men mag die dingen den woude maar Stil fluisterend toevertrouwen, Want stad en dorp, 't is zeker en klaar, Hoorden zoo iets met grouwen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.