Skip to content
1869

Verspreide en nagelaten gedichten

Johan Michael Dautzenberg

III.

Krekelwijfjen trilt:

O sjirp en klaag nog eens zoo luid, Schuil achter hol en net, En noem me schatjen, noem me bruid, Ik waag toch geenen tred.

Hij, die gedurig fleemt en fluit En niets beoogt dan pret, Die laat mij wis niet heel de huid, Als hij mij heeft besmet.

Wel spoedig is het met haar uit, Die op dijn trillen let: Du bist gekend als blijde guit, Die wreed zijn lief verplet!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.