Skip to content
1850

Gedichten

Johan Michael Dautzenberg

III

De moeder ylt, nog droever, 's morgens vroeg Ter kamer, waar het bitterst leed haar sloeg.

Zy wilde daar nog eenen stond verbeiden, En 't lykjen dan naar 't kerkhof begeleiden.

Toen zy 't vertrek zwaarmoedig binnentrad, Vond zy haar kind, dat recht in 't kistjen zat;

Dat uit den krans, die 't hemelsbruidjen smukte, Al spelende de laatste blaadjens rukte,

En dat, zoodra 't de lieve moeder ziet, Haar lachende de beide handjens biedt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · Johan Michael Dautzenberg · Poetry Cove