Skip to content
1850

Gedichten

Johan Michael Dautzenberg

II

't Was nacht en noch sterre noch maan op der aard', En alles was huivrig, en duister En doodsch, en men hoorde in het zwarte geblaêrt, Geen krekel of vogelgefluister. De bruidegom droomt, en hy waant, dat het licht Der ryzende zonne hem schynt in 't gezicht.

En plotsling ontwaakt door een blindenden gloed, Ziet hy - het zyn de oogen der gade, Die stralen op hem en zoo zachtjens en zoet, En glinstren met wondre genade; En 't minnende paar, met een klimmende graagt', Slyt keuvlend en kozend den nacht tot het daagt.

Zy slyten den dag aan der zaligheid bron; Dan 't uur van de rust is er weder, En wederom droomt de gemaal van de zon: Weêr vonkelt de gade op hem neder; En 't minnende paar, met een klimmende graagt', Slyt keuvlend en kozend den nacht tot het daagt.

Genoeglike dagen vervliegen zoo gauw; Zy moeten voor 't duister verdwynen; De blikken Alida's verheldren het grauw; Geen slaap by dier flikkerend schynen: En 't minnende paar, met een klimmende graagt', Slyt keuvlend en kozend den nacht tot het daagt.

Drie nachten doorkeuveld, drie nachten doorkust, Waar, Hemel, zal dat ons geleiden? Dacht Diedrik, en haakte naar slaap en naar rust, En konde niet langer verbeiden Der gade te vragen met bovenden mond: ‘En wenscht ge den slaap niet te wyden een stond?’

‘Ik.... slapen!’ - hervatte met stralenden blik Alida, ‘ja 'k wensche te slapen, Doch niet, voor ik looze den stervenden snik: Dan willen we in eeuwigheid slapen! De bloemen om 't vlugtige leven geschaard, Die moeten al spoedig geplukt op der aard'!’

‘Zy slaapt niet!’ zoo roept hy, vertwyfelend, uit, En dompelt zyn hoofd in het kussen, ‘'k Omhelze dan liever de dood als myn bruid, Die streelend het leven zal blusschen!’ - En de arme verschrokkene huivert en rilt, Terwyl hy die woorden nog angstiger gilt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten · Johan Michael Dautzenberg · Poetry Cove