Skip to content
1582

Den Sendtbrief Pauli tot den Romeynen

Johan Fruytiers

Den eenentwintichsten stichtsanck wt den selfden Capit. op de wijse vanden 44. Psalm: Heer v wonder wercken, &c.

14 BRoeders ic ben seker door vroetheyt, Dat ghy nv ooc vol zijt van goetheyt, Met alderley kennis veruult, En machtich oock nv wesen sult, D'een d'ander hier te doen vermaen, 15 En dat ic dus stout heb geschreuen, Heeft Gods genade meest gedaen, Die my van hem hier is gegeuen.

16 Ick ben des Heeren Christi dienaer, Voor v ghy Heydenen openbaer, Om te prediken Godes woort, En te bedienen alst behoort: Op dat v offerhande meest God aenghenaem sy [int volbringhen] Ende gheheylicht door Gods gheest, 17 Ick roem in Christo in dees dinghen.

18 VVant ick en sou niet derren spreken Van eenich dinck van my ghebleken, Door Christum die twerck heeft ghewrocht Aen Heydensche van my besocht, Also met woorden ende twerck, 19 Teeckenen ende wonderheden Door de cracht van Gods gheest seer sterck,

Int Euangeliums verbreden.

20 Ick ben gheweest also eergierich, Om twoort te prediken seer vierich, Niet daer Christus wel was bekent, 21 Op dat ick op het fondament Eens anders en timmerde niet: Ende die schrift bleeck als wy lesen, Diet onuercondicht is die siet, Diet niet en hoorde weet van desen.

30 Ick bid v broeders door den Heere, En door de liefde des gheests seere, Strijt tot God met tghebet voor my, 31 Op dat ick in Juda werd' vry, En mijnen dienst sy aenghenaem T'Jerusalem en in veel steden, 32 Tot dat ick weder keer bequaem, 33 So sy met v de God des vreden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.