Skip to content
1582

Den Sendtbrief Pauli tot den Romeynen

Johan Fruytiers

Den vijfthienden stichtsanck, op de wijse van den 50. Psalm: God die der Goden, &c.

25 ICk en wil niet dat v sy onbekent, Dese verborghentheyt mijn broeders ient, Op dat ghy daer door niet hoochmoedich zijt, Hier by v seluen tot eenigher tijt, Israels t'Joden verhardingh' is eensdeels ghecomen, Tot dat sHeydenen volheyt wort vernomen.

26 Ende also sal theele Israel Ghesalicht worden als de schrift tuycht wel: Siet de Verlosser coemt wt Sions [tent] Die der godloosheyt hier van Jacob went. 27 Dit is tverbont van my met hen verbonden, Als ick heb wech ghenomen al haer sonden.

28 So zijn sy dan vyanden na Gods Euangelium. woort, Om uwent wille als nv rechte voort: Maer na tverkiesen [siet weer dit gheschil] So zijn sy lief om der Vaderen wil: 29 Want Godes gauen ende roep vol trouwen, En connen hem doch nemmermeer berouwen.

30 Ghelijck ghy voortijts onghehoorsaem waert, Ende ghenade v nv openbaert Door onghehoorsaemheyt seer onbequaem, 31 So werden sy oock hier onghehoorsaem, Op dat sy door v onbermlijcke dade, Oock weder souden crijghen Gods ghenade.

32 VVant God die alle menschen heeft bereyt, Beslootse al onder ghehoorsaemheyt, Op dat hy allen sou barmhertich zijn. 33 O diepe rijckdom, wijsheyt, kennis fijn, Hoe onbegrijplijck ist oordeel gheleghen, Hoe onbeuindelijck zijn uwe weghen?

34 VVie heeft hier oyt bekent des Heeren sin, Oft wie was zijn raetsman van aen begin, 35 Oft wie heeft hem hier oyt ghegheuen yet Het welcke dat hy onuergolden liet? 36 Want tis al wt hem, door hem, tot hem mede, Hem sy de heerlijckheyt in eewichede.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.