Den tweentwintichsten stichtsanck, op de wijse van den 74. Psal. Hoe coemt dat ghy ons verstroyt.
Tot den Sangher.
Aengesien dat dit laetste Capittel ten beginsele meesten deel in groetenissen bestaet, soo ist, beminde Sanger, dat wy alhier beginnen van het 17. versken, tvoorgaende met opset wt latende.
17 ICk bid v broeders hebt op dese acht,
Die tweedracht ende ergernissen maken, Teghen de leer die ghy leert, en sy laken, Wijct van hen, hebt Gods woort in v ghedacht.
18 Sy dienen Christo niet [na mijn aduijs] Maer haren buyc, twelc haer namaels can smerten, Ende veruoeren d'eenuoudighe herten Door het schoon spreken ende haren prijs.
19 VVant v gehoorsaemheyt tot allen staet, Daerom ben ick ouer v bly van moede: Maer ick weet dat ghy wijs zijt in het goede, Ende onnoosel [als duyfkens] int quaet.
20 De God des vreden sal des Duyuels macht Cortelingh' onder de v[...]en vertreden. 21 By v in God met zijn barmherticheden, 24 Ende zijnes heylighen Gheestes cracht.
25 Die v versterct na Gods woort onbeulect, Het welck seer langhe is gheweest verborghen Ende versweghen, maer wilt nv niet sorghen, Het openbaert hem, en is scho[on o]ntdect.
26 Door der Propheten schrift, seer hooch vermaert Na ghehoorsaemheyt en tgheloof in Gode, Is het hier door des eewighen ghebode Alle den Heydenen gheopenbaert.
27 Der eewigher Godlijcker maiesteyt, Den wijsen Gode inden hoochsten troone, Die sy door Christum zijnen lieuen sone, Lof, prijs, en heerlijckheyt in eewicheyt. Amen.
Cookies on Poetry Cove