6.
Verbreek, vergruis in 's harten gronde,
Wat gy niet goed in my bevindt,
't Zy ik ben aan een halm gebonden,
Of aan een keeten, zo gy 't vindt.
Is 't alles een, Heer', in uw' oogen,
Die slegs een Geest, gansch vry gemaakt,
Wien niets dan uw genaade smaakt,
In liefde zuiver, kont gedoogen: