Skip to content
1738

Evangelische liederen

Johan Deknatel

4.

Gy martelt Hem aan 's kruices stam, Met nagels en met speeren, Gy slagt Hem als een stemloos Lam, En 't is de Heer der Heeren; Nogtans stelt gy, met spot en hoon, Voor elk Hem als een vloek ten toon, Met uitgerekte armen; O Godlyk Lam! wat zal ik dy Vergelden daar voor, dat gy my, Betoont zo veel erbarmen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische liederen · Johan Deknatel · Poetry Cove