4.
Uw bloed gestort aan 's Kruices paal,
Is kostlyk, rein, vol zeegen;
Myn hert is als van steen en staal,
Boos, vleeschlyk daarentegen.
O laat uw bloeds doordringb're kragt,
Myn harde hert doorweeken,
Gansch verbreeken,
Op dat ik dag en nagt
Mag van uw Liefde spreeken,