3.
Ja, Vader, ja van herten grond,
Leg op, ziet ik ben stille,
Myn doen hangt af van uwen mond,
Uw woord dat is myn wille.
O wonderliefd'! o liefdes macht!
Gy kont, wat Mensch nooit heeft gedagt,
God zynen Zoon afdwingen.
O liefde! liefde! gy zyt sterk,
Gy legt dien Zoon in graf en zerk,
Voor wien de Rotzen springen.