4.
Wie Gods genaad' heeft tot zyn deel verkoren,
Wagt zich voor eige keur, wie die begeert,
Of schoon hy waar' voor lang uit God geboren,
Zo heeft hy dog vreemd vuur dat hem verteert.
De Broeder-liefd' daar neven,
Hoe sterk ze word gedreeven,
Baart agterdogt en nyd,
De Satan wand ons dan in zyne zeeve,
Best is 't, wanneer gy kleine kinders zyt.