Skip to content
1738

Evangelische liederen

Johan Deknatel

9.

Kom, vrind'lyk Lam, kom, laat U kussen, Kom, myner zielen zoetste Gast, Ik kan U eeuwiglyk niet missen, Ik ken U, en ik houd' U vast. En wierd ik tot een rif op aarden, En kookt' ik alle krachten uit; Ik ben en blyv' uw' Trouwe Bruid, Myn hert moet eeuwig 't uwe worden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische liederen · Johan Deknatel · Poetry Cove