3.
Laat ons nu dan, met verblyden,
Tot den lieven Vader gaan,
En in zyne Liefde weiden,
Als Zy doen, die voor Hem staan;
Heilig, heilig, heilig zingen,
En het Halleluja bringen
Onzen God, en ook het Lam,
Bruidegom uit Judaas stam.
Laat ons zyne groote daaden
Roemen, en het werk der g'naden,
Dat hy eeuwig ons verkoren,
Nu tot Kinders heeft herboren.