2.
Dat bloed verkeert all' onze pyn,
In nieuw en reine vreugd bestendig,
Die vloed neemt onze herten in,
En geeft de weide aan 't inwendig';
Zo krygt men eind'lyk kracht en moed,
By alle zyne Zonden-rampen,
Het licht ontbrandt in vollen gloed,
De vlamme raakt in 't pit der lampen,
Men word naar Maagden aart,
Den Bruidegom bewaart,
Die Oly dragen in de Vaten;
Zo gaan w' in trouwen zin,
Tot 's Konings bruiloft in,
Die ons niet buiten staan zal laaten.