8.
Komt, komt belaaden en gebukt,
Zo goed slegs als gy weet te komen,
Komt maar, hoe zwaar ook neergedrukt,
Gy word ook kruipend' aangenomen.
Ziet, hoe zyn hart U open staat!
Hy zelv' U te gemoete gaat!
Hoe lang heeft hy, met vrindlyk smeeken,
Naar uwe komst al uitgekeken!
Kom arme Worm, waar zult gy gaan?
Myn Heiland neemt de Zondaars aan.