4. Over het kerkboek van De Brune uit 1644 De schrijver en advocaat Johan de Brune (Middelburg 1588-1658) werd ook wel De Brune de Oude genoemd ter onderscheiding van zijn naamgenoot en jongere neef De Brune de Jonge. De Brune had veel kritiek op de psalmberijming van Dathenus. Om te laten zien hoe het beter kon, vervaardigde De Brune in 1644 een nieuwe, niet rijmende, bewerking van de psalmberijming van Dathenus onder de titel De CL Davids Psalmen (De 150 psalmen van David). In zijn woord tot de lezer die hieraan voorafging schreef hij (in hertaalde vorm): Wie van gezonde zinnen bemerkt niet de ellendige gebrekkigheid van dat werk? Om niet te spreken van het on-Nederlandse taalgebruik, van het armzalige dichtwerk, van de onnutte stopwoorden als fijn, bloot [duidelijk], eenpaar [steeds], koen, gaar [geschikt, geheel], klaar [duidelijk], rein [waar, zeer], zaan [spoedig], dit termijn, &c., die overal rondgestrooid zijn.De Brune vertaalde de psalmen rechtstreeks uit het Hebreeuws, met behoud van het Hebreeuwse metrum. Bovendien probeerde hij in zijn vertaling de Statenvertaling uit 1637 zo nauwkeurig mogelijk te volgen. Het resultaat was een stroeve vertaling die tamelijk vrij de Hebreeuwse tekst volgde. Van de eerste druk van 1644 bij Zacharias en Michiel Roman in Middelburg bestaat een titeluitgave uit 1662, eveneens in Middelburg verschenen bij H. Smidt and P. van Goetthem. Hoewel het boek blijkbaar nog niet uitverkocht was, verscheen in 1650 in Amsterdam een ingrijpend veranderde tweede druk van de psalmvertaling van De Brune, met op de tegenoverliggende pagina’s die van Datheen, onder de titel Davids Psalmen; van deze tweede druk verschenen bij Theunis Jacobs in Amsterdam twee edities.
Cookies on Poetry Cove