1. Over het kerkboek van Petrus Dathenus uit 1566 Petrus Dathenus of Datheen (Kassel, Frans-Vlaanderen ca. 1531 – Elbing, Oost-Pruisen 1588) was calvinistisch predikant, onder andere bij de Nederlandse vluchtelingengemeenten te Frankfurt am Main en Frankenthal. Hij was enige tijd raadsman van Willem van Oranje op het gebied van de kerkelijke zaken in de Nederlanden, maar zijn felle optreden leidde ertoe dat de Staten hem enige tijd gevangenzetten. Na de beeldenstorm in 1566 keerde Dathenus korte tijd terug naar Vlaanderen. Zijn populariteit als volksprediker was enorm: met zijn hagenpreken trok hij duizenden mensen, en hij kreeg al spoedig de naam ‘principaalste Minister der Calvinisten’ (belangrijkste predikant van de calvinisten). In 1563 vertaalde hij als gezegd de Heidelbergse catechismus, in 1566 gevolgd door de hier gedigitaliseerde vertaling van de Franse psalmberijmingen van Marot en De Bèze, met als tweede deel de zeven gezangen, de Heidelbergse catechismus, de formulieren en gebeden etc. (zie de inhoudsopgave hieronder). De psalmberijming van Dathenus werd vrijwel onmiddellijk ingevoerd in de Gereformeerde Kerk, mét de melodieën van de Franse psalmvertaling, en verdrong een vertaling van Utenhove, die in hetzelfde jaar, maar een paar maanden later dan de berijming van Dathenus, postuum verscheen – in 1551 had Utenhove al een bundel met 25 psalmen uitgegeven, gevolgd door een uitgave met honderd psalmen in 1561. Utenhove’s berijming was gedeeltelijk naar Duitse en gedeeltelijk naar Franse voorbeelden gemaakt. In de invoering van zijn berijming heeft Dathenus zelf sterk de hand gehad: het Convent van Wezel in 1568 (een belangrijke vergadering van vluchtelingengemeenten) besloot – onder zijn voorzitterschap – tot aanbeveling. Ook de Provinciale Synode van Dordrecht en de Nationale Synode van Dordrecht schreven, in 1574 respectievelijk in 1578, Datheens psalmberijming voor; ook die laatste synode werd door Dathenus voorgezeten. Het kerkboek van Dathenus is het oudste Nederlandse kerkboek en het is eeuwenlang, tot 1773, het enige officiële kerkboek geweest. Op diverse synoden, zoals Emden 1571 en Dordrecht 1618/19, werd de inhoud ervan uitgebreid, onder andere met de Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels.
Dathenus’ berijming bleef dus lang in gebruik en is dus uitermate invloedrijk geweest. Dit ondanks het feit dat er zeer veel kritiek op is geweest. Die kritiek betrof vooral de woordkeuze en het feit dat te weinig rekening was gehouden met de melodische accenten en de vers- en zinsstructuur. De vertaling was vooral een slaafse navolging van het Franse origineel. Een van de critici van Dathenus was Johan de Brune (zie punt 4 hieronder), een ander was de dichter Jacob Westerbaen, die de berijming van Dathenus bekritiseerde in de voorrede van een door hemzelf vervaardigde nieuwe psalmberijming uit 1655, getiteld Davids Psalmen in Nederduytsche rijmen gestelt: Terwijl het in de Gereformeerde Kerken gebruikelijk is dat de gemeente voor en na de prediking iets zingt uit de psalmen van de koninklijke profeet David, beklagen velen zich erover dat de Nederlandse Kerk tijdens de Reformatie voor het dichten van haar psalmen een zo slechte dichter heeft gehad aan Petr. Dathenus – dit te meer omdat wat eenmaal in zwang geraakt is, heel moeilijk weer afgeschaft of veranderd kan worden, vooral als het met godsdienst te maken heeft, omdat alle nieuwigheid of het geringste verlangen om daaraan iets te willen veranderen, verdacht is. En dus zal de Kerk de psalmen van genoemde Datheen wel aanhouden, hoe slecht ze ook zijn gemaakt, hoewel sommigen wel wensen dat ze Dat heen en de Kerk uit verdreven waren. Velen hebben ze een erbarmelijk slecht werk gevonden, zeggende dat ze bij het lezen en zingen niet vloeiend zijn en ongemakkelijk, zoals een paard dat zich tegen zijn rijder verzet, en dat ze doorgaans tegen het metrum ingaan, en verder vol stoplappen en stopwoordjes zitten, zoals rein [waar, zeer], certein [waarlijk], eenpaar [steeds], fijn, bloot [duidelijk] en soortgelijke hulpmiddeltjes om een rijmwoord te vinden.Tegenwoordig wordt de psalmberijming van Dathenus nog in zo’n 30 kerkelijke gemeenten gezongen, met name in Oud-Gereformeerde Gemeenten in Zeeland.
Cookies on Poetry Cove