34.
VAn noch drye Boecken moet ick hier,, narreren,
De clachte vanden peys en de Iustitie,
De clachte van de deugt diemen schier,, corrumperen
Siet over al door onrechte punitie,
Noch tvvee Dialogen suyver sonder vitie,
Te weten den loff en der Consten ydelheyt,
Van Scipionis droom d'expostie,
Den t'vvist en vituperatie (verbreyt,
Ghy) der Gheleerde met d'onderscheyt,
Van Venus en Pallas Argumenten,, al.
D'welck seer corts hoep ick comen in prenten,, sal.