Skip to content
1676

Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen

Jodocus Lodenstein

III. Rust. XXIII. Mijn Siel, waackt op, dit Ligt en siet Den mensch met slapend' ogen niet. De werelsch-wijse mensche ronckt In soete dromen! dies ontwaackt! Waackt op! dees morgenstond genaackt, En siet hoe s' in Smaragden pronckt. XXIV. Die Son is in 't gemack van Rust, In 't nutten van des Vleesches lust, In 't sagte bedde niet te sien. Wil op die nog in weelde weydt! Want siet! des Heren Heerlijckheyd In groter lust sig an comt bien. XXV. Werpt af dat warme dexsel, daar Gy meed omringt laagt in 't gevaar Van wat u naar het herte mickt: Doet cleedren, en doet waapnen aan, Gy sult na 't Rijsend-ligt toe gaan, En vlieden al wat 's nagts verschrikt XXVI. Best sietmen buyten Stads-gerugt Het Morgen-rood in d'open lugt. Hebr.13.12.v.23.Ons Heer leed buyten meest sijn pijn: Beleeftheyd stapt en eer verby, Want buyten Stad, in spotterny Moet Jesus smaad gedragen sijn.

XXVII. Daar buyten wandelt niet onwis, Maar lett op wan in Jesus is Met aandagt, en op yder saack: 't Bedrog is in het los gemeen, Het wesen steeckt in een voor een, In d'aandagt leven en vermaack. XXVIII. Ons' eygen hert ons lusten doet; Ons' eygen mond en maag ons voedt; Ons' eygen bloed in d'aders woelt; Ons' eygen voeten staan en gaan; Ons' eygen hersenen verstaan; Ons' eygen long ons herte coelt: XXIX. Mijn siel, 't gelovige gesigt Alleen uyt eygen hert dit ligt Reyn sien, en eyden-maken kan: Elck leeft van sijn geloof: Het ligt Dat ons in and'rer voorbeeld stigt, Daar leertmen, maar en leeftmen van. XXX. Nu die Son opgaat Iuygh ick bly En segg nog; werld verblijd u vry In uw heyl, en bespott het mijn': Dit Heyl me op-helpt, als ick vall, En, sit ick in het duyster, sal Dit ligt mijn ligt voor eeuwig sijn. Sprokkelmaand 1665.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen · Jodocus Lodenstein · Poetry Cove