Op eene weder-horige schoon van Lichaam.
UW handen sijn wel sagt; sagt sijn uw teere wangen;
Uw armen sijn wel sagt; sagt sijn uw preutsche gangen;
Uw keel en stem is sagt: sagt is den ganschen treck
Uws aanschijns; 't is al sagt; hard is alleen uw Neck.