Skip to content
1676

Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen

Jodocus Lodenstein

Te singen als: Hertcnagend onversetlijck, siet p.30. I. DIe God, mijn siel, daar tegen gy bestond Te sond'gen, wil oock dat uw eygen mond Die sonden (u nog eens voor oog gestelt)Vertelt: II. Vrywillig, uyt een innig herten-leed, Gelijck gy wel voor dees, gy weet wel, deed' Als een'gen ramp tot clagt u hert en tongEens dwong. III. Heyl-rovers, seg, en schricklijck siel-venijn; Hel-stokers, seg, gy moet, (al is 't u pijn) Voor Godt; en ick vertrouw (al is 't my schrick)Dat ick IV. (So seldsaam is sijn gunst, en Goedicheyd 't Verbrijselt hert der sondaars toegeseyd) Vercrijgen sal voor 't wel-verdiende quaadGenaad. V. U comt de schand, (mijn siel) uw Godt geeft d' eer In dat met druck t' erkennen, dat wel eer Met lust begaan is; laat uw vreugd vergaanIn traan. VI. Dit wil uw schult-heer, dat gy op een lijst,

Uw schulden veel cunt tellen, en bewijst Dan eerst sijn gunst, als gy die sonder endErkend. VII. Daar 's oock geen mes, geen wel-gescherpte steen, Die 't siel-vergiff so by de wortel heen Uytroepen can, als dees bekentenisWel is.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen · Jodocus Lodenstein · Poetry Cove