Skip to content
1676

Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen

Jodocus Lodenstein

Te singen als, Hertcnagend & c.p.30. I. DE lage Son, mijn Vriend, ontreckt my bloem En loof ter cransen; weygert my den roem Van 't waardig hooft te cieren met het spruy-tend' cruyd: II. Die Hy N.N. Die alles bouwt, en ciert, En draagt, en 't hert in breydel houdt, en viert, Maack 't heylig breyn van ongemene glans Een crans: III. Een crans; daar op wel diep geschreven staan De jaren die thans sijn voor-by gegaan, Die on-herroep'lijck ylden en geswind;Als wind: IV. Gesneden sijn met d'onweerhoub're griff

De woorden welckers ongesielde riff Gehoort is, en wiens keest vrugtloos, so 't scheen,Verdween: V. Geprentet sijn de schricken van dien dag, Wanneer den Regter met een streng gesag Sal reeck'ning eyschen van ons doen en tijdVerslijt: VI. Gemaalt sijn, en na 't leven afgebeeldt Die eyndelose Saliche'en, en Weeld Die 't honck'rend hert hier soeckt met alle list,Maar mist: VII. Geschildert staat, en levendig vertoont 't Oneyndig jammer dat daar onder woont, Daar 't grootst getal der menschen boetloos sugt,En dugt: VIII. Getekent hangt dien Godt-Mensch welckes bloed, En traan, en wond, daar schrijft en roept sijn gloed Van Liefde; tot hem 't hert (dat aamloos hijght)Ontsijgt. IX. De telgen sy elck onverjaarde deugt; 't Verciersel yver; d' omloop ware vreugt; Den Grond dien wijsen Raad die Gods woord heeft,En geeft. X. Alwijse Godt! Die self de naam van Raad Bemind en redt der Radelosen staat: Gedugte Godt! geeft N.N. altijd RaadEn daad.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen · Jodocus Lodenstein · Poetry Cove