Skip to content
1676

Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen

Jodocus Lodenstein

Rijmeloos. MYn siel bedenckt hoe vlytig gy bewaart wert Als 't oog op u is van die niet dan oog is. 't Was u genoug, maar voor sijn gunst te weynig

U door sijne aardsche en Hemelsche trawanten Te dragen: neen, sijn oog moest self op u sijn. Gelijck een moeder die haar teder suygling Een trouwe maagt bevolen heeft, en nogthans

So weynig 't oog als 't hert daar af can houden. Schaad my die wil, nu wil ick 't moedig dragen. Maar, hoort! mijn siele, gy pleegt wel te weten Dat 't oog van d'een weer 't ooge treckt van d'ander.

Heft dan uw oog op, en uw hert weer Godtwaarts. 't Sy dat Godt u, of gy Godts oog tot u treckt. Althoos uw oog moet stadig naar om hoog sijn. 't Onnosel oog, die soete Duyven-oogen,

Die sonder gal, nog Godt, nog mensch bedriegen; Het liefden-oog, daar meed gy 't hert cunt delen Aan Hem in welckes liefden uw geluck staat; Het ooge van Geloov daar meed gy sien cunt

Dat andersins onsigtbaar aan uw oog is: Met desen staat, en star-oogt gy ten Hemel Tot Die sijn oog ter hulp u weer om laag sendt. 30 Hoym. 1654.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen · Jodocus Lodenstein · Poetry Cove