Skip to content
1676

Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen

Jodocus Lodenstein

I. Rust.

VII. So breeckt door al mijn duysternis, (Daar in ick 's Hemels gunste mis, En af-dwaal van des Levens Bron) Door al mijn hersenlose rêen, So breeckt door al mijn dwaasheyd heen Mijn Jesus, denck hy, als die Son VIII. Mijn Jesus, als de Son ontdeckt Het vuyle dat mijn hert bevleckt; En doet my sien des Hemels gunst: En dat mijn wijsheyd, dwaasheyd wis, En 't geen my dwaas scheen wijsheyd is: Ia toont my al mijns vyands kunst. IX. Die Mergen-Son te schonen schijnt, Om dat op sijne comst verdwijnt De logge slaap, de lossen droom: Mijn Jesus met sijn opgang breeckt Den sluymer daar de siel in steeckt, En weck haar leden laff en loom. X. De slapend' ongevoelijckheyd, Het reedloos dromend onbescheyd Weert Jesus met sijn Sonne schijn; En toont ons dat al swerelds schoon Van lust, magt, pragt, ja Conings croon Schouwspelen slegs van dromen sijn. XI. Hy siet in 't ligt ten morgenstond Het Heerlijk dat hy nergens vond, Het Oog des werelds open gaan: En vat in Jesu vol gena Een schoonheyd sonder wederga, Daar lust, en rust, gerust op staan:

XII. Een Schepper van al 't Herelijck, Een Coning van der Englen rijck, Uyt liefd en nedricheyd, een mensch; Het lichaam van all 't hoge schoon, Van Priesters-Ephod, Conings-croon; Des werelds enig Heyl, en wensch. XIII. Sijt welcom lieflijck Morgen-ligt (Seyt hy) in 't nieuw-ontwaackt gesigt: So sie ick (als de schaad'wen vlien) Mijn Heer met nieuwe cragten van 't Herschapen oog, dat altijd can In Jesu nieuwe schoonheyd sien.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen · Jodocus Lodenstein · Poetry Cove