Op een stilte.
WEl! dat mist my; want ick dagte
Moeders keucken heb ick vast;
Sal nog eer ick weer vernagten
Sijn mijn Vaders wissen gast.
Dats nu uyt: En dese clagten
Sijn onnodig tijd verquist.
Wil gaan wijser sijn, en wagten
't Vaderland dan noyt en mist.