Skip to content
1676

Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen

Jodocus Lodenstein

Singt als Prendete la: siet boven pag.29. I. MYn Vader die mijn smerte siet, Mijn herte siet, Mijn hert gebiedt, En al sijn grepen weet: My dunckt, daar legt het neer, Daar legt het nedrig neer, En, dwaal ick, proeft het selve wis, Of 't nog verheven is. II. Siet, Vader, of mijn oogen aan Het hoge slaan, En hoge staan? Siet my gebogen gaan. Mijn hert, mijn cleyn begrip, Mijn oordeel is een stip, Ten comt aan 't grondelose niet, Dat het niet door en siet. III. Als ick u my genegen sie, Uw wegen sie, Verlegen bie Ick u mijn dienst. En wie Wie ben ick worm, of maad (Seg ick) die uwen raad 't Geheym van uw gena-verbond Soud peylen tot den grond? IV. Heb ick my niet in billijckheyd

Gewillicheyd, En stilligheyd Ootmoedig neergeleydt! So nedrig als een kind, So nedrig als een kind Dat sig ten vollen vergenoegt Als 't maar de Moeder mint. V. Een kindje dat maar suygen kan, En buygen can, En tuygen van Sijn onlust met een traan: En treckt men 't van de borst, En treckt men etc. t' Mag schreyen om des moeders raad Maar noyt het twisten dorst. VI. So my Heer uw genade-stroom Te stade coom; Of spade coom; Of sig van my vertreckt: O! droevigen vertreck! O! droevigen vertreck! Nog sal mijn siele swijgen stil Om dat het Vader wil. VII. O! Sienders, Priesters, Koningen, Die woningen, En kroningen Hebt van Israels Heer. Wagt verder op sijn gunst, Wagt etc. Want is sijn goedheyd grondeloos, So is sy eyndeloos.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Uyt-spanningen, behelsende eenige stigtelyke liederen · Jodocus Lodenstein · Poetry Cove