Op de voys als boven pag.30. Hertcnagend &c.
I.
GAat segt oyt weer, dat die den Hemel dient
Den Hemel in syn sorge niet te vriend
En vindt; nog werd, als hy in last verstickt, Verquickt.
II.
Daar was een trouw getuyge, die den poock
Van Iesus vyand in het hoy ontdoock,
En had van enckel honger in sijn traanVergaan,
III.
Had niet den Hemel goedig hem verquickt,
En een gepluymde Kakelers beschickt,
Die hem van dag tot dag besogt, en leyEen ey.
IV.
Onwetend deed dat beesje sulck een goed.
Maar Christi lieveling het Christlijck doet,
En dient, uyt Iesus liefde, Iesus raadMet daad.
V.
Hoe tijdig quam dat schepsel daar te pas?
't Was of m'er Christi-leden-liefd' in las,
Die (buyten hard) den merg van binnen heeft,En geeft.
VI.
'Ten leeft niet maar 't is digt by't leven: can
Dus haast sijn cragt uyt-leveren, en van
Sijn Voetsel 't swacke lijff van flauwten hoe'nEn voe'n.
VII.
Maar hoger! 't Eytje toont my in sijn schaal
Het sobre leven, dat wy altemaal
Hier leven, of niet leven, 'k weet haest nietHoe 't hiet:
VIII.
Tot dat den Geest (als 't water in 't begin)
Het met sijn warmt' uyt broed', en Iesus in
Sijn laatste comst geev, dat het heel volmaacktOntwaackt.
Amen.