Zoo spreeke een iegelyk met een aandachtig hert:
Oalmagtige, barmhartige God, ende vaader, wy danken u van ganscher harten, dat gy, uit gron-deloose barmhartigheit, ons uwen eeniggebooren soon tot een middelaar, ende offer voor onse sonden, ende tot eene spyse, ende drank des eeuwigen leevens geschonken hebt. Ende datge ons geeft een waarachtig geloof, waar door wy zulker uwer weldaaden deelachtig werden. Gy hebt ook, tot sterkinge van 't selve, uwen lieven soon Jesus Kristus fyn heilig nachtmaal ons laaten instellen, ende verordenen, zoo bidden wy u, o gerrouwe God, ende vaader, datge, door de werkinge uwes heiligen Geests, de gedachtenisse van onsen heere Jesus Kristus, ende de verkondinge van syn dood, ons tot daageliksche toeneeminge in het rechte geloove, ende Kristus saalige gemeinschap wilt laaten gedyen, door denselven uwen lieven soon Jesus Kristus, in wiens naam wy onse gebeeden aldus besluiten:
Onse Vaader, en z.v.