2 pause.
8.
De berg van Basan is wel trots,
Ja Basans berg, een landberg Gods,
Heeft meenig bult gelaaden,
Maar, bergen, die zo bultig zyt,
Wat gluurtge moedig, vol van nyd?
Wat moogtge Zion smaaden?
Op deesen berg, dien gy onteert,
Heeft God syn wooning self begeert,
Hoe durft ge hem dan hoonen?
Ook zal de Heer, in eeuwigheit,
Hem steeds, gelyk hy heeft geseit,
Hoe seer 't u spyt, bewoonen.