7.
Gods beek is doch vol waaterplassen.
Als gy 't zo hebt bereidt,
Bereidge kooren, dat volwassen
Tot brood werdt opgeleit.
Gy maakt het dronken, doet syn kluiten
Ter vooren daalen gaan,
Gy druipt het week, en laat syn spruiten,
Vol seegens, 't heel beslaan.